Kindcentrum Bruinisse staat stabiel op twee pijlers: de christelijke en openbare traditie. Samen vormen deze twee tradities de basis van het onderwijs en de identiteit van het kindcentrum.
De kinderen, ouders en teamleden maken het kindcentrum samen tot dé plek van ontmoeting en ontwikkeling in Bruinisse. Het kindcentrum is daarmee niet alleen een school, maar ook een plek waar verschillende achtergronden samenkomen en elkaar versterken.
Vanuit dat samenspel werken we aan onderwijs waarin ruimte is voor zowel het gezamenlijke als het eigene. We zoeken steeds naar een goede balans: wat doen we samen en waar is ruimte voor verschil. Dat krijgt de komende weken, maanden en jaren stapsgewijs betekenis door het maken van concrete afspraken over hoe we onderwijs geven en hoe we omgaan met identiteit in de dagelijkse praktijk.
Binnen ons kindcentrum zitten kinderen met verschillende achtergronden samen in één groep. Ouders kiezen bij aanmelding bewust voor ofwel een christelijke ofwel een openbare richting. Deze keuze blijft belangrijk en krijgt in de dagelijkse praktijk een herkenbare plek.
De manier waarop we hier invulling aan geven, doen we samen:
- Met leerkrachten, die hier dagelijks vorm aan geven in de klas.
- Met de directeur, die richting geeft, besluiten borgt en het proces coördineert.
- Met ouders, als belangrijke partners in de schoolgemeenschap.
- Met de leerlingenraad/kinderraad, die de stem van kinderen vertegenwoordigt.
- Met een identiteitscommissie, bestaande uit ouders en teamleden van christelijke en openbare achtergronden, die helpt om de uitgangspunten te bewaken en verder te ontwikkelen.
Rol van de leerkracht
Leerkrachten spelen een sleutelrol in hoe identiteit zichtbaar en voelbaar wordt in de dagelijkse praktijk. Zij geven op een open en respectvolle wijze invulling aan levensbeschouwing in de klas en zorgen voor een veilige omgeving waarin ruimte is voor uiteenlopende overtuigingen, zodat ieder kind zichzelf kan zijn.
Leerkrachten begeleiden gesprekken over zingeving, waarden en verschillen tussen kinderen, en stimuleren daarbij dat kinderen naar elkaar luisteren en van elkaar leren. Afhankelijk van de gekozen richting (christelijk of openbaar) kan de nadruk verschillen in toon en invulling.
Leerkrachten bewaken daarbij het volgende:
- Alle kinderen voelen zich gezien en gerespecteerd;
- Ruimte voor eigen inbreng van kinderen;
- Verschillen leiden niet tot scheiding, maar juist tot ontmoeting en begrip.
Binnen het team wordt bewust gestuurd op een evenwichtige verdeling van christelijke en openbare achtergronden. Ook wordt blijvend geïnvesteerd in deskundigheid: in het scholingsbeleid is aandacht voor het omgaan met levensbeschouwing en identiteit in de klas.
Rol van ouders
Ouders zijn een belangrijke partner in de schoolgemeenschap en spelen een actieve rol in de ontwikkeling van de identiteit van het kindcentrum. Bij de aanmelding van hun kind maken ouders een bewuste keuze voor een christelijke of openbare richting.
We vinden het belangrijk dat ouders zich herkennen in de manier waarop identiteit vorm krijgt. Daarom worden ouders betrokken via bijeenkomsten en gespreksmomenten met school, team en identiteitscommissie, waarin ruimte is voor vragen, ervaringen, zorgen en ideeën.
Tegelijkertijd is het uitgangspunt dat kinderen samen onderwijs volgen en samen opgroeien. Daarbij vinden we het belangrijk dat kinderen ruimte ervaren om zichzelf te zijn, zonder het gevoel te krijgen dat zij moeten kiezen tussen overtuigingen van thuis en school.
Rol van medezeggenschap
De medezeggenschap speelt een belangrijke rol in het bewaken van een zorgvuldige en evenwichtige ontwikkeling van het kindcentrum. Binnen Kindcentrum Bruinisse wordt gewerkt met een medezeggenschapsraad (MR), conform de Wet medezeggenschap op scholen (WMS).
De MR bestaat uit vertegenwoordigers van ouders en medewerkers. Daarbij vinden we het belangrijk dat binnen de MR herkenbaar ruimte is voor verschillende achtergronden en perspectieven uit zowel de christelijke als de openbare traditie. De MR heeft, afhankelijk van het onderwerp, advies- en instemmingsrechten.
Identiteit in de dagelijkse praktijk
In de dagelijkse praktijk krijgt identiteit op vier manieren vorm:
- Dagopening, dagritme, gebed en persoonlijke invulling
- Verhalen en inspiratie, vanuit de christelijke en openbare traditie
- Vieringen en feestdagen
- Burgerschap, waarden en samenleven
1. Dagopening, dagritme, gebed en persoonlijke invulling
De schooldag kent herkenbare momenten van gezamenlijke start, rust en afsluiting. Binnen deze momenten is er ruimte voor gebed, stilte, reflectie of een andere vorm van bezinning. Gebed krijgt een plek bij de dagopening, de dagafsluiting en rond de lunch, passend bij de groep, de gekozen richting en de context.
Deelname aan gebed is vrijwillig. Kinderen kunnen op hun eigen manier aansluiten of luisteren. Uitgangspunt: uitnodigend en respectvol.
2. Verhalen en inspiratie, vanuit de christelijke en openbare traditie
In de klas creëren we ruimte voor vragen als: Wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat betekent het om goed te handelen? Kinderen krijgen verhalen, ervaringen en perspectieven aangereikt om hun eigen antwoorden te vinden.
- Christelijke bronnen hebben een vaste plek;
- Er is ook aandacht voor andere levensbeschouwelijke en humanistische bronnen;
- Er is ruimte voor gesprek, verwondering en verschillende perspectieven.
Doel: kinderen leren dat er verschillende manieren zijn om naar het leven en naar waarden te kijken.
3. Vieringen en feestdagen
We vieren in elk geval de christelijke feesten die horen bij de traditie van de samenwerkingsschool, zoals kerst, Pasen en dank- en biddag. De inhoud wordt zo vormgegeven dat deze voor alle kinderen passend is. Deelname aan specifiek religieuze uitingen is altijd vrijwillig.
Tegelijkertijd staan we ook stil bij andere tradities en perspectieven, vanuit ontmoeting en educatie. Kinderen ontdekken dat verschillende mensen feest- en herdenkingsmomenten op hun eigen manier vormgeven.
Belangrijk uitgangspunt: we vieren samen, maar niet iedereen hoeft op dezelfde manier mee te doen. Er is ruimte voor eigen beleving en achtergrond.
4. Burgerschap, waarden en samenleven
In het dagelijks onderwijs werken we actief aan waarden en omgang met elkaar. Thema's zoals respect, verantwoordelijkheid, zorg voor elkaar en eerlijkheid komen terug in lessen en gesprekken.
Kinderen leren:
- Hun eigen mening te vormen en te verwoorden;
- Naar anderen te luisteren;
- Respectvol met verschillen om te gaan;
- Zichzelf te leren kennen: eigen kwaliteiten, talenten en valkuilen;
- Emoties te herkennen, te benoemen en ermee om te gaan.
Doel: kinderen ontwikkelen zich tot mensen die kunnen samenleven in een diverse samenleving en daarin hun eigen plek weten in te nemen.