Fase 2 — er is nog geen besluit genomen
Onderwijs & identiteit

Verhaal van Thea Lievaart

"Het gesprek begint pas echt na het besluit" — Thea Lievaart is ouder en heeft als betrokkene een vergelijkbaar traject meegemaakt in haar eigen dorp. Ze deelde haar verhaal tijdens de bijeenkomsten in april.

Dit is een persoonlijk verhaal van Thea Lievaart, ouder en lid van de identiteitscommissie van samenwerkingsschool Het Samenspel in Wolphaartsdijk. Het weerspiegelt haar eigen ervaringen en perspectief.

Tijdens de bijeenkomsten in april rond het onderzoek naar samenwerking tussen OBS De Meerpaal en CBS Op Dreef deelde ouder Thea Lievaart haar persoonlijke verhaal. Als ouder was zij nauw betrokken bij een vergelijkbaar traject in haar eigen dorp, waar een openbare en een christelijke school samengingen tot één samenwerkingsschool.

Thea is moeder van drie kinderen en al ruim tien jaar actief binnen de identiteitscommissie van samenwerkingsschool Het Samenspel in Wolphaartsdijk. Vanuit die ervaring gaf zij een inkijkje in wat zo'n proces met ouders, kinderen, een schoolgemeenschap en dorp doet.

Een spannend begin: "Wat ga ik verliezen?"

Thea vertelt open dat haar eerste reactie destijds niet positief was. Als ouder die bewust voor christelijk onderwijs had gekozen, vroeg zij zich af wat er zou verdwijnen: Blijft het geloof zichtbaar in de school? Wat betekent identiteit eigenlijk in de praktijk? En wat betekent dit voor mijn kind?

Juist die vragen zorgden voor spanning. In de eerste fase van het traject kwamen verschillen scherp naar voren en ontstonden soms stevige gesprekken tussen ouders van beide scholen.

Volgens Thea is dat onvermijdelijk: "Mensen moeten zichzelf laten zien. Dat kan schuren, maar het is ook nodig om verder te komen."

Verschillen zitten vaak meer bij volwassenen dan bij kinderen

Een opvallend inzicht uit haar verhaal is dat kinderen vaak veel makkelijker omgaan met veranderingen dan volwassenen. Waar ouders zich zorgen maken over identiteit en verschillen, blijken kinderen vooral bezig met samen spelen, leren en vriendschappen.

Dat maakt volgens haar duidelijk waar de echte uitdaging ligt: niet bij de kinderen, maar bij de volwassenen die het proces vormgeven.

Identiteit: geen 'compromis', maar ruimte voor verschil

In haar dorp werd uiteindelijk gekozen voor een vorm waarin ruimte bleef voor verschillende perspectieven. Ouders konden bijvoorbeeld kiezen voor verschillende vormen van levensbeschouwelijk onderwijs, terwijl kinderen elkaar wel bleven ontmoeten in de dagelijkse praktijk.

Dat betekende concreet dat kinderen soms verschillende lessen volgden (bijvoorbeeld christelijk of algemeen vormend onderwijs), maar elkaar wel bleven zien op het schoolplein en in gezamenlijke activiteiten. Er werd teruggekoppeld wat er in beide groepen besproken was.

Een belangrijke les uit haar ervaring: probeer niet alles samen te voegen tot één middenweg. Juist door verschillen te benoemen en zichtbaar te houden, ontstaat er herkenning én respect.

Identiteit in de praktijk: kleine momenten, grote betekenis

Volgens Thea komt het vraagstuk van identiteit vaak juist naar voren in kleine, dagelijkse momenten. Een voorbeeld daarvan was het moment rondom het eten op school. Toen werd ingevoerd dat kinderen op school gingen lunchen, ontstond de vraag: wordt er gebeden voor het eten?

Voor sommige ouders was dat vanzelfsprekend, voor anderen voelde dat juist ongemakkelijk of niet passend. Uiteindelijk werd gekozen voor een moment van stilte. Dat gaf ruimte aan verschillende invullingen.

Opvallend was dat dit juist nieuwe gesprekken opleverde. Kinderen vroegen thuis: "Wat doe je eigenlijk als je bidt?" en "Wat betekent dat?" Volgens Thea ontstonden daardoor soms diepere gesprekken dan daarvoor.

De rol van de identiteitscommissie

De identiteitscommissie speelde hierin een sleutelrol. In deze groep zaten zowel ouders als teamleden, vanuit beide achtergronden. Samen spraken zij over concrete onderwerpen zoals vieringen, rituelen en de invulling van levensbeschouwelijk onderwijs — kerst- en paasvieringen, gebruik van een kerkgebouw, dagopeningen, en hoe verschillen zichtbaar blijven zonder dat het afstand creëert.

Volgens Thea werkte vooral één principe goed: ook de meer uitgesproken stemmen een plek geven aan tafel. "Juist als die met elkaar in gesprek gaan, ontstaat er ruimte voor de hele groep."

Een intensief proces met echte opbrengsten

Thea benadrukt dat het traject intensief en soms emotioneel is. Er zijn momenten van twijfel, spanning en verschil van inzicht. Tegelijk ziet zij duidelijke opbrengsten:

  • Meer verbinding tussen ouders en in het dorp. Ouders die elkaar eerder niet ontmoetten, kwamen elkaar nu vaker tegen — bijvoorbeeld op het schoolplein, doordat alle kinderen via dezelfde ingang naar binnen gingen.
  • Grotere en sociaal sterkere groepen voor kinderen. Kleine klassen groeiden naar meer "normale" groepsgroottes, waardoor kinderen meer sociale contacten kregen.
  • Meer bewustzijn bij ouders over opvoeding en identiteit. Ouders gingen bewuster nadenken over wat zij belangrijk vinden en wat zij zelf willen meegeven.
  • Een rijker en breder onderwijsaanbod. Door samenwerking ontstonden meer mogelijkheden in activiteiten en lessen.

Thea geeft aan dat het proces haar persoonlijk heeft veranderd: ze is bewuster gaan nadenken over wat zij belangrijk vindt en durft dat ook duidelijker uit te spreken.

"Het gesprek stopt niet — het begint daar pas"

Een van de belangrijkste boodschappen die Thea meegaf: een besluit is niet het eindpunt, maar juist het begin. Identiteit, samenwerking en onderlinge verschillen blijven onderwerpen van gesprek. Hoe je vieringen vormgeeft, wat je vertelt over geloof en levensbeschouwing, en hoe je omgaat met verschillen tussen ouders.

Volgens haar is het daarom belangrijk om niet te proberen elkaar te overtuigen, maar om te blijven luisteren en vanuit jezelf te spreken.

Wat haar verhaal laat zien

Het verhaal van Thea maakt duidelijk dat een samenwerkingsproces niet eenvoudig is. Het vraagt tijd, openheid en de bereidheid om lastige gesprekken te voeren. Tegelijk laat haar ervaring zien dat het ook iets kan opleveren: meer verbinding, meer begrip en een stevigere basis voor toekomstbestendig onderwijs.